April 2012
Flessenautomaat

Flessenautomaat

Wasteman blogt

De discussie in de Tweede Kamer spitst zich toe op statiegeld, terwijl er ook andere zaken op de agenda staan, zoals e-waste en de implementatie van de herziening van de Europese regelgeving hierover in Nederland. Bij veel gesprekken over de verbetering van de inzameling van vooral klein e-waste wordt statiegeld als mogelijke oplossing gesuggereerd. Het afschaffen van statiegeld op grote drankverpakkingen, zal het echter nog onwaarschijnlijker maken dat het voor kleine elektronica wel wordt ingevoerd. Dat is ook beter, statiegeld is duur en draagt niet noodzakelijk bij aan de oplossing.

Wat me opviel in het debat is dat de cijfers die de staatsecretaris overlegde, openlijk in twijfel werden getrokken. Indien een onderzoek in opdracht van een bepaalde partij wordt uitgevoerd, kan dat kennelijk in twijfel worden getrokken onder de insinuatie: ‘wiens brood men eet….’. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, omdat daarmee wetenschappelijk onderzoek gemakkelijk onderuit wordt gehaald. En natuurlijk gaat het inderdaad wel eens mis. In de klimaatdiscussie blijken onderzoekers soms op de loonlijst van grote bedrijven te staan, of erger, douceurtjes onder de tafel te ontvangen. Atsma’s verzuchting dat het wel heel moeilijk wordt om beleid te maken als je de cijfers niet meer kunt vertrouwen, is helemaal waar. Het is uiterst belangrijk dat zowel voor- als tegenstanders geen ruzie krijgen over de feiten.

Maar al te gemakkelijk worden de gegevens van het CBS, het CPB, en al die andere instituten die de overheid van gegevens voorzien, in een verkeerd daglicht gesteld indien dat politiek opportuun is. Genoemde wetenschappelijke instituten horen boven alle twijfel verheven zijn, zoals bijvoorbeeld ook onderzoekers aan een universiteit. Kun je het desondanks niet eens worden over de betrouwbaarheid van de gegevens van de onderzoekers dan kan er net als bij mediation door conflicterende partijen worden besloten om samen een instituut of bureau opdracht te geven om de nodige gegevens bij elkaar te zoeken. Vooraf wordt afgesproken dat deze met ‘joint fact finding’ verkregen cijfers niet meer ter discussie staan. Zelfs kun je afspreken wat er wordt besloten bij de mogelijke uitkomsten van zo’n onderzoek.

Om de goede cijfers te krijgen maakt de overheid gebruik van zogenaamde ‘beleidsnabije’ instituten. Die worden geacht niet alleen de cijfers te kunnen leveren maar ook de beleidsconsequenties te kunnen overzien. De NVMP heeft recent de United Nations University een groot onderzoek laten uitvoeren, als haar beleidsnabije instituut. De gegevens die hier uit komen, worden bij de transpositie van de WEEE herziening hopelijk niet ter discussie gesteld. Maar ik ben daar niet helemaal gerust op, omdat de Tweede Kamer eerder moties heeft aangenomen op basis van volkomen foute gegevens over de financiën van de productstichtingen. Het ministerie van (toen nog) VROM corrigeerde deze cijfers helaas niet. Sindsdien proberen producenten om aan te tonen dat de werkelijke cijfers laten zien dat de inzameling en recycling van e-waste geld kost, meer dan 30 miljoen euro per jaar, om daarmee de financiering van de inzameling van e-waste veilig te stellen.

Het zou zo moeten zijn dat er instituten zijn van welke de resultaten boven elke verdenking zijn verheven. Maar de werkelijkheid is dat zelfs de cijfers van ‘beleidsbewuste’ organisaties als het CBS, de Nederlandse Bank en het CPB in een verkeerd daglicht kunnen worden gesteld als het politiek zo uitkomt. Voor- en tegenstanders van voorgenomen beleid vissen uit de gegevens wat hun past. Ik denk dat dat onvermijdelijk is, maar het wantrouwen van gegevens of het domweg ontkennen ervan, leidt tot fact-free politics. En dat wens je je ergste vijanden niet toe. Blijft dat sommige onderzoekers nogal naïef meewerken aan politiek heikele studies. Bij sommige ministeries noemen ze die beleidsbewusteloos.

Wasteman (deze keer: Jeroen Bartels)